Fysiologische stuwing

Als de melk tussen dag twee en zes na de bevalling op gang komt, worden de borsten zwaar en gespannen. Dit doet geen pijn. Als de melkproductie tijdens deze eerste paar dagen na de bevalling snel toeneemt en er meer melk wordt aangemaakt dan de baby drinkt, kan dit een pijnlijke zwelling van de borsten veroorzaken, we noemen dit ook wel stuwing.
Fysiologische stuwing tijdens borstvoeding

Initiële fysiologische stuwing is de toestand waarin de borsten te vol raken, wat lymfatische en vasculaire congestie en een oedeem in het klierweefsel in de borst tot gevolg heeft. Er ontstaat oedeem door een ophoping van melk, bloed en andere vloeistoffen in de borsten. Er kan sprake zijn van een zwelling in de tepelhoven, de buitenkant van de borst of allebei, waardoor de borsten gezwollen zijn en pijnlijk aanvoelen en de tepels gespannen en vlak zijn. Initiële stuwing dient niet te worden verward met verstopte melkkanalen, hoewel ineffectieve melkafname een bekende oorzaak van beide aandoeningen is. Als de stuwing niet wordt behandeld, kan dit problemen bij het aanleggen en mastitis veroorzaken.

Stuwing kan tijdens de borstvoedingsperiode ook pathologisch van aard zijn. Mogelijke oorzaken zijn een te strakke beha of een slecht passende draagband die op de melkkanalen drukt. Een deel van de borst is dan gevoelig voor aanraking. Onbehandelde stuwing kan leiden tot een verminderde melkproductie, mastitis en een abces in de borst.

Tekenen van fysiologische stuwing

Initiële stuwing begint doorgaans nadat de melkproductie tussen dag twee tot zes na de bevalling op gang is gekomen. De borsten zwellen doorgaans op en worden pijnlijk en gevoelig met een rode, glanzende huid en diffuus oedeem. De symptomen doen zich gewoonlijk aan beide borsten, gegeneraliseerd voor. Mogelijk is er sprake van een lichte temperatuurverhoging (< 38,4 °C), maar anders dan bij mastitis zijn er geen structurele symptomen. 

Evaluatie van de stuwing

Raadpleeg een lactatiekundige. Bij de diagnose van stuwing is het belangrijk om de borsten te onderzoeken op een rode huid, gevoeligheid en asymmetrie. 

Behandeling

Er kan een behandelplan worden uitgevoerd en gevolgd in overleg met een lactatiekundige of professionele zorgverlener. Stuwing kan worden opgelost door regelmatig en doeltreffend melk af te nemen. Enkele strategieën die in samenwerking met een professionele zorgverlener kunnen worden toegepast:

  • Binnen een uur na de bevalling beginnen met regelmatig en effectief borstvoeding geven of afkolven. Moeders moeten minimaal 8 tot 12 keer per dag borstvoeding geven, met maximaal drie uur tussen de voedingen
  • Is het niet mogelijk is om borstvoeding te geven, dan wordt geadviseerd om 8 tot 12 keer per dag af te kolven met een borstkolf
  • De melktoevoer kan worden gestimuleerd door voor het voeden de borst te verwarmen met warmtekussens
  • De pijn kan worden verzacht door de betreffende borst te koelen met koelcompressen of gekoelde koolbladeren
  • Voordat de baby aan de borst wordt aangelegd, kan de Reverse Pressure Softening-techniek worden toegepast. Met deze techniek wordt er lichte druk op de tepelhof uitgeoefend en wordt deze voorzichtig gemasseerd, om de zwelling tijdelijk iets naar achteren en omhoog te bewegen, zodat de baby gemakkelijker kan worden aangelegd
  • Als bepaalde plekken in de borst gevoelig zijn, kan de moeder de baby tijdens de borstvoeding mogelijk zo vasthouden dat de kin van de baby naar de gevoelige plek wijst
  • Na het raadplegen van een medische professional, kunnen er mogelijk pijnstillers met een ontstekingsremmende werking worden gebruikt om de toeschietreflex te ondersteunen
  • Als de symptomen na 24 tot 48 uur nog niet verdwenen zijn, als er griepachtige symptomen optreden of als de situatie verslechtert, dient de moeder een arts te raadplegen, aangezien stuwing mastitis tot gevolg kan hebben 
  • Van andere technieken, zoals thermische echografische behandelingen van de borst en massage, is ook gemeld dat deze in bepaalde gevallen verlichting geven

 

Onderzoekssamenvattingen
Reverse pressure softening: a simple tool to prepare areola for easier latching during engorgement (in het Engels)

Successful breastfeeding requires efficient milk transfer through the nipple-areolar complex, which includes subareolar tissue. Subareolar tissue resistance increases during engorgement, when expanded circulation and excess ...

Cotterman KJ (2004)

J Hum Lact. 20(2):227-37
Maternal intravenous fluids and postpartum breast changes: a pilot observational study (in het Engels)

The current breastfeeding initiation rate in Canada is approximately 87%. By one month, about 21% of women have stopped breastfeeding. Engorgement and edema in breast ...

Kujawa-Myles S, Noel-Weiss J, Dunn S, Peterson WE1, Cotterman KJ (2015)

Int Breastfeed J. 2;10:18
Literatuur

1 Amir, L.H. ABM Clinical Protocol #4: Mastitis, Revised March 2014. Breastfeed Med 9, 239-243 (2014).

2 Jacobs, A. et al. S3-Guidelines for the Treatment of Inflammatory Breast Disease during the Lactation Period: AWMF Guidelines, Registry No. 015/071 (short version) AWMF Leitlinien-Register Nr. 015/071 (Kurzfassung). Geburtshilfe Frauenheilkd. 73, 1202-1208 (2013).

3 American Academy of Pediatrics and The American College of Obstetricians and Gynecologists. Breastfeeding handbook for physicians 2006).

4 Lawrence, R.A. & Lawrence, R.M. Breastfeeding: a guide for the medical profession (Elsevier Mosby, Maryland Heights, MO, 2011).

5 Cotterman, K.J. Reverse pressure softening: a simple tool to prepare areola for easier latching during engorgement. J Hum Lact 20, 227-237 (2004).

6 Kujawa-Myles, S., Noel-Weiss, J., Dunn, S., Peterson, W.E. & Cotterman, K.J. Maternal intravenous fluids and postpartum breast changes: a pilot observational study. Int Breastfeed J 10, 18 (2015).

7 Mangesi L and Dowswell,T. Treatments for breast engorgement during lactation (Review). The Cochrane Library 9, (2010).