Stoppen met borstvoeding

Spenen is het proces waarin de mate waarin de baby afhankelijk is van de melkproductie van de moeder overgaat naar andere voedingsbronnen. Het afbouwen van borstvoeding is een complex proces waarbij niet alleen de voeding verandert, maar er ook sprake is van microbiologische en psychologische veranderingen. Dit kan bij elke moeder en baby op een ander moment plaatsvinden.

De meeste baby's geven in de tweede helft van het eerste levensjaar zelf aan dat zij toe zijn aan vaste voeding. Ook met het oog op voedingswaarden is het aan te raden om te beginnen met babyvoeding met ijzer als de baby zes maanden oud is. Op deze leeftijd heeft de baby meer ijzer nodig dan er in moedermelk zit. Bij een leeftijd van ongeveer 12 maanden is ook de eiwitbehoefte, nodig voor snelle groei, groter dan het eiwitgehalte van moedermelk.

De borstvoeding kan op initiatief van de baby of op initiatief van de moeder worden afgebouwd. In deze periode zal er bij de baby sprake zijn van meer interesse in andere voeding en/of minder interesse in borstvoeding. Veel moeders melden als reden voor het afbouwen dat de baby geen interesse in borstvoeding toont en niet genoeg heeft aan alleen moedermelk.

Fysiologische veranderingen tijdens het afbouwen van de borstvoeding

Tijdens het afbouwen verandert de samenstelling van de melk en vinden er veranderingen in de borstklieren plaats. Gedurende de drie maanden na het afbouwen van de borstvoeding neemt de hoeveelheid melk af tot ongeveer 67%, 40% en 20% van het basisniveau. In deze periode neemt de concentratie van eiwitten, natrium en ijzer toe met 100 tot 200%, terwijl het lactosegehalte afneemt.

Aangezien er niet langer regelmatig melk uit de borst wordt verwijderd, zetten de klieren uit en neemt de melkproductie geleidelijk af. De borsten raken opgezwollen en de bloedvaten worden samengedrukt, waardoor de doorbloeding en de toevoer van oxytocine naar het myoepithelium worden beperkt. De alveoli zetten vervolgens uit en worden platter, waarna ze uiteindelijk inzakken. Het klierweefsel keert terug naar de rusttoestand en de hoeveelheid vetweefsel neemt toe. In dit stadium keren de borstklieren terug naar een toestand die vergelijkbaar is met die van vóór de zwangerschap, klaar om dezelfde ontwikkelingscyclus te doorlopen bij een volgende zwangerschap. Bij het snel stoppen met de borstvoeding verloopt deze regressie waarschijnlijk heel anders dan als de productie over een tijdsbestek van meerdere maanden wordt afgebouwd, maar hiernaar is nog weinig onderzoek gedaan.

Algemene richtlijnen voor stoppen met de borstvoeding

  • Het wordt aanbevolen om eerst één voeding vervangen en geleidelijk een tweede voeding in een ander dagdeel te vervangen (één in de ochtend en één in de avond)
  • Als er meer vaste voeding wordt gegeven, kan er nog borstvoeding worden gegeven als de baby daar behoefte aan heeft, hoewel de duur en frequentie van deze voedingen mogelijk zal afnemen
  • Bij het afbouwen van de borstvoeding moet er vóór een borstvoeding vast voedsel worden gegeven
  • Het spenen van een baby is zowel een fysiologische als een emotionele gebeurtenis: het is normaal dat de moeder zich enigszins gedeprimeerd of bedroefd voelt als duidelijk wordt dat de laatste borstvoeding nabij is
Literatuur

1 Lawrence, R. A. and Lawrence, R. M. Breastfeeding: a guide for the medical profession (Elsevier Mosby, Maryland Heights, MO, 2011).

2 Li, R., Fein, S.B., Chen, J., Grummer-Strawn, L.M. Why mothers stop breastfeeding: mothers' self-reported reasons for stopping during the first year. Pediatrics. 2008 Oct;122 Suppl 2:S69-76.

3 Garza, C., Johnson, C.A., Smith. E.O., Nichols. B.L. Changes in the nutrient composition of human milk during gradual weaning. Am J Clin Nutr. 1983 Jan;37(1):61-5.