Te veel moedermelk? Hoe je overproductie kunt verminderen

Soms kun je het idee hebben dat je te veel moedermelk produceert, vooral in de eerste weken dat je borstvoeding geeft. Lees verder om te ontdekken of je echt te veel moedermelk aanmaakt en wat je daaraan kunt doen

Breast milk supply: not enough breast milk

Moedermelk is geweldig, dus er veel van hebben is goed, toch? Nou, niet altijd ... Sommige baby's hebben moeite met de snelle stroom die meestal met een al te grote melkproductie gepaard gaat. En moeders met een overproductie kunnen zich vaak ongemakkelijk voelen, met regelmatig of constant lekkende borsten. Zij hebben bovendien een grotere kans op terugkerende mastitis

Gelukkig zijn er enkele strategieën die kunnen helpen. Maar voordat je die probeert, moet je jezelf twee belangrijke vragen stellen:

Heb ik echt te veel moedermelk?

Sommige symptomen van overproductie (zoals hieronder beschreven) kunnen een aantal andere oorzaken hebben. Het is onverstandig om je melkproductie te proberen te verlagen, voordat je zeker weet dat overproductie het onderliggende probleem is. Anders ga je misschien minder melk produceren dan je baby nodig heeft, vooral in de cruciale eerste maand wanneer je probeert je productie op te bouwen.

Is overproductie een probleem voor mij of mijn baby?

Als je er zeker van bent dat je een overproductie van moedermelk hebt, maar jij en je baby zijn tevreden, is er geen noodzaak er iets aan te doen. De meeste gevallen lossen zichzelf in de eerste paar maanden op. En naarmate je baby groeit, kan hij steeds beter met de snelle stroom omgaan en er zelfs van gaan genieten!

Lekken betekent niet altijd dat je te veel moedermelk produceert

Tijdens de eerste vier tot zes weken nadat je baby is geboren, zal de concentratie van het melkproducerende hormoon prolactine in je lichaam toenemen telkens wanneer er melk uit je borsten verwijderd wordt. Tijdens deze eerste weken leren je borsten hoeveel moedermelk je baby nodig heeft en hoeveel ze ieder uur moeten aanmaken. Als gevolg hiervan zijn extreem lekken en borsten die snel worden gevuld - en zelfs melk spuiten tijdens een toeschietreflex - veelvoorkomend en normaal.1

Tegelijkertijd leert je pasgeboren baby om de manier waarop hij zuigt en slikt te coördineren, dus kun je ook verwachten dat je baby wat hoest en sputtert aan de borst.

Na ongeveer vier tot zes weken nemen de snelle toenames van prolactine geleidelijk af en zou je melkproductie een meer eenduidig proces van ‘vraag en aanbod’ op basis van je baby's behoeften moeten worden.2 Maar met zo veel hormonale veranderingen die zich in je lichaam afspelen als je pas moeder bent geworden, zal het je niet verbazen dat het even kan duren voordat je lichaam zich heeft aangepast. Sommige moeders merken dat hun melkproductie snel stabiliseert, terwijl dat bij anderen wat langer kan duren.

Tekenen van overproductie die je bij je baby ziet

Een overmatige melkproductie lijkt hand in hand te gaan met een snelle stroom, vooral tijdens de eerste toeschietreflex. Je baby kan reageren door te hoesten of te sputteren bij het begin van een voeding, zich vastgrijpen aan of vastbijten in de borst of hij kan de borst heel los in zijn mond hebben. Hij kan van de borst loskomen, omdat hij een beetje schrikt van de snelle stroom en dan gaan huilen, omdat het voeden onderbroken is. Hij kan grote hoeveelheden melk samen met veel lucht innemen en als gevolg daarvan veel spugen en vaak moeten boeren. Wees zo voorzichtig mogelijk wanneer je hem laat boeren; schokkerige bewegingen kunnen in combinatie met een snel gevulde buik tot overgeven leiden en kunnen sommige baby's van streek maken.

Bij het begin van iedere voeding is de melk die je baby krijgt redelijk vetarm en bestaat de melk vooral uit lactose (suiker) en eiwitten. Naarmate het voeden voortschrijdt en je borst leger wordt, neemt het vetgehalte in je melk geleidelijk toe. In het geval van overproductie kan je baby vol zitten, voordat hij je borst compleet geleegd heeft. Dat betekent dat hij genoeg lactoserijke melk krijgt, maar niet zo veel van de melk met een hoog vetgehalte die tegen het eind van een voeding komt. Te veel lactose, in plaats van een gebalanceerde voeding, kan voor baby's moeilijk te verteren zijn, wat resulteert in explosieve, schuimende, groene ontlasting.

Het tegenstrijdige in deze situatie is dat je baby constant gevoed wil worden en tussen de voedingen in lastig is. Hoewel hij veel calorieën binnenkrijgt, zorgt het lage vetgehalte in de melk ervoor dat hij zich nooit volledig verzadigd voelt. Dat komt doordat het vet in eten ons een verzadigd gevoel geeft. Denk aan het verschil tussen het eten van tientallen rijstcrackers en het eten van enkele crackers met kaas - de kaas geeft je een voller gevoel omdat er meer vet in zit.

Echter, de bovengenoemde symptomen kunnen worden veroorzaakt door andere dingen zoals reflux, allergieën of zelfs, paradoxaal genoeg, een lage melkproductie. Alleen als ze samengaan met extreme gewichtstoename, is overproductie van moedermelk waarschijnlijk de oorzaak. Baby's worden normaal rond de 900 g per maand zwaarder, maar in gevallen van overproductie komen ze veel meer aan - vaak het dubbele. 1 Als je baby symptomen van overproductie lijkt te hebben, maar het gemiddelde gewicht aankomt, ga dan naar een lactatiekundige of borstvoedingsspecialist voor advies.

Symptomen van overproductie die jij kunt ervaren

Moeders met te veel moedermelk ervaren vaak onaangename gevoelens van stuwing en spanning en voelen zich continu overvol.3 Zoals we hebben gezien, is het lekken van moedermelk in de eerste zes weken normaal en doorgaans geen teken van overproductie. Maar als je na deze periode nog steeds doorweekt bent telkens als je baby aan de borst drinkt, kan het een probleem zijn.

Omdat een baby een erg volle borst niet altijd kan legen, komen verstopte kanalen of herhaaldelijke mastitisaanvallen ten gevolge van overproductie ook vaak voor. Echter, ook die problemen kunnen andere oorzaken hebben.

Je melkproductie verlagen

Als je er zeker van bent dat je te veel moedermelk aanmaakt en het een probleem is, noemen we hier een paar simpele maatregelen die kunnen helpen. Voor sommige moeders zijn ze toereikend:

  • Probeer achterover leunend borstvoeding te geven. Voeden in een achterover leunende, of liggende, houding kan helpen, omdat het je baby meer controle geeft. Hij kan het tempo bepalen en zijn hoofd optillen als je stroom te snel voor hem is. Vergeet niet een doek onder je te leggen om het teveel aan melk op te vangen!
  • Verlicht de druk. Als je borsten erg onprettig aanvoelen, kun je met de hand of borstkolf afkolven om ze te ontlasten, maar probeer de kleinst mogelijke hoeveelheid af te kolven. Telkens wanneer je melk verwijdert, geef je je borsten de boodschap dat ze meer moeten aanmaken. Dus hoewel afkolven tijdelijke verlichting kan bieden, kan het het probleem op de lange termijn verergeren. Als het nodig is om melk af te kolven en te bewaren voor momenten waarop je van je baby gescheiden bent, is het het beste om te wachten totdat je je overproductie hebt opgelost.
  • Probeer zoogkompressen. Als je melk lekt, kun je zoogkompressen of lekschalen in je beha doen om droog te blijven. Gebruik bij lichte tot matige lekkage of wanneer je al last hebt van lekkage tijdens je zwangerschap de Ultra thin disposable zoogkompressen, om je beschermd en zelfverzekerd te voelen op een discrete manier.   
  • Vermijd lactatiethee en -supplementen. Als je moedermelkthee drinkt, lactatiekoekjes eet of kruidensupplementen inneemt om de moedermelkproductie in de eerste fase te stimuleren, stop daar dan mee. Ze zouden nu deel van het probleem kunnen zijn.

Blokvoeding om de melkproductie te verlagen

Als je al het bovenstaande hebt geprobeerd en je baby nog steeds problemen heeft, kan een techniek die blokvoeding wordt genoemd je productie op een beter beheersbaar niveau brengen. Maar raadpleeg een lactatiekundige of borstvoedingsspecialist, voordat je deze methode uitprobeert.

Bij blokvoeding voed je je baby aan de borst telkens wanneer hij wil gedurende een periode van vier uur, maar uitsluitend aan één borst. Je andere borst wordt dan met heel veel melk gevuld. Omdat je melk een stof bevat die 'feedback inhibitor of lactation (FIL) wordt genoemd, geeft de extreme volheid aan die borst het signaal af dat de melkproductie vertraagd moet worden. Zo waarborgt je lichaam dat je borsten niet eindeloos worden gevuld.

Probeer deze techniek gedurende 24 uur uit, waarbij je elke vier uur van borst wisselt. Als er geen verbetering merkbaar is, kun je de blokken verlengen tot zes uur.

Techniek voor volledig leegmaken en blokvoeding

Als er na nog eens 24 uur nog steeds geen verbetering is, is er een andere versie van deze techniek die geschikt kan zijn voor moeders met een extreem hoge overproductie en waarbij blokvoeding wordt gecombineerd met het volledig leegmaken van de borst.3

Bij deze methode gebruik je een elektrische borstkolf om je borsten volledig leeg te maken aan het begin van de dag, waarna je je baby meteen aan de borst voedt. De stroom zal trager zijn, wat betekent dat je baby de stroom beter aan zou moeten kunnen. Je baby krijgt ook meer van de melk met een hoger vetgehalte die tegen het einde van een voeding komt, waardoor hij zich meer voldaan zal voelen.

Je kunt dan beginnen met blokvoeding gedurende vier uur, zoals hierboven beschreven. Als dat niet helpt, schakel je de dag erna over op blokken van zes, acht of twaalf uur, afhankelijk van hoe ernstig het probleem van overproductie is. Raadpleeg een professionele zorgverlener, voordat je deze techniek uitprobeert.

Het kan zijn dat je na de eerste keer je borsten niet nogmaals helemaal leeg hoeft te maken, maar sommige moeders moeten het een of twee keer herhalen. Sommige moeders merken een verbetering na een of twee dagen, soms duurt het wat langer, maar blokvoeding mag niet langer dan vijf dagen worden voortgezet.

Literatuur

1 Morbacher N. Breastfeeding answers made simple. Amarillo TX, USA: Hale Publishing; 2010.

2 Cox DB et al. Blood and milk prolactin and the rate of milk synthesis in women. Exp Physiol. 1996;81(6):1007-1020.

3 van Veldhuizen-Staas CG. Overabundant milk supply: an alternative way to intervene by full drainage and block feeding. Int Breastfeed J. 2007;2(1):11.