Wat is stuwing?

Sommige nieuwe moeders krijgen last van stuwing wanneer hun melk een paar dagen na de geboorte 'op gang komt'. Dit is doorgaans een tijdelijke en eenvoudig te behandelen aandoening – lees hieronder hoe

What is breast engorgement?
Medela expert Sioned Hilton
Sioned Hilton, health visitor, neonatal nurse and lactation consultant:
Sioned is moeder van drie en ondersteunt al meer dan 30 jaar gezinnen met baby's en jonge kinderen. Naast haar werk met moeders die borstvoeding geven en afkolvende moeders, zowel thuis als in het ziekenhuis, draagt ze ook bij aan ouderschapsmagazines en conferenties, en geeft ze workshops voor professionele zorgverleners.

Wanneer je begint je baby borstvoeding te geven, produceren je borsten colostrum in kleine hoeveelheden, die in de eerste paar dagen geleidelijk toenemen. Maar na ongeveer twee tot vier dagen beginnen ze veel grotere hoeveelheden melk aan te maken – een verandering die bekendstaat als het doorkomen van de moedermelk.1

Eén van de tekenen dat de melk doorkomt, is dat je borsten voller en steviger worden. Deze zwelling wordt niet alleen veroorzaakt door de grotere hoeveelheid melk, maar ook door een betere doorbloeding en extra lymfevocht in je borstweefsel.2

Voor de meeste nieuwe moeders geldt dat als hun baby goed en frequent drinkt, dit gevoel van zwaarte zonder problemen verdwijnt. Maar sommigen produceren bijna meer melk dan hun borsten kunnen bevatten, waardoor ze keihard en onaangenaam vol aanvoelen – een aandoening die stuwing wordt genoemd. Hoewel dit een tijdelijk verschijnsel is dat gemiddeld 24 tot 48 uur aanhoudt, kan het pijnlijk zijn.

Hoe voelen door stuwing gezwollen borsten aan?

Stuwing kan voorkomen in één borst of beide borsten. Het kan kloppingen en zwellingen veroorzaken, die zich soms tot aan je oksel uitbreiden, en je borsten kunnen er nogal warm of bobbelig door aanvoelen. Dit komt door alle activiteit die binnenin gaande is. Je kunt ook andere symptomen van stuwing merken, zoals dat de huid van je borsten er glanzend uitziet en uitgerekt voelt en dat je tepels hard en plat worden. Stuwing kan er zelfs toe leiden dat je lichaamstemperatuur oploopt naar 37,5 tot 38,3 °C.3

Niet alleen is stuwing pijnlijk, het kan ook borstvoedingsproblemen veroorzaken, die op hun beurt het probleem kunnen verergeren. Je baby kan moeite hebben met aanhappen als je tepels platter zijn en je borstweefsel harder is, en dat kan pijnlijke tepels veroorzaken. Als je baby niet goed is aangelegd, is bovendien de kans kleiner hij de borst goed leegmaakt. Dat betekent dat als stuwing niet wordt behandeld, het kan leiden tot verstopte kanalen, mastitis en een verminderde melkproductie.

Waardoor wordt stuwing veroorzaakt?

Stuwing treedt doorgaans op doordat een baby niet frequent genoeg aan de borst drinkt (ten minste acht keer per 24 uur). Dat kan bij iedere nieuwe moeder gebeuren, maar komt vaker voor bij vrouwen die voorheen een borstvergroting of een andere borstoperatie hebben gehad.2 Druk door een beha met de verkeerde maat of strakke kleding kan het ongemak verergeren en leiden tot verstopte kanalen en eventueel mastitis.

Stuwing kan voorkomen bij vrouwen die geen borstvoeding geven of daartoe niet in staat zijn en ook bij vrouwen die wel borstvoeding geven. De hormonale veranderingen die volgen op het baren van de baby en placenta, wat een stijging van de melkproductie veroorzaakt, vinden plaats ongeacht of je borstvoeding geeft of niet. Je kunt ook last van stuwing krijgen als je plotseling ophoudt met borstvoeding geven, bijvoorbeeld omdat je baby ziek is, langer slaapt, vaste voeding begint te eten of naar de kinderopvang gaat.

Hoe kan ik gezwollen borsten behandelen?2

De meest doeltreffende behandeling van stuwing is een hongerige baby! Je moet proberen om je borsten zo veel en zo vaak mogelijk leeg te maken om de melk te laten stromen, dus voed op aanvraag, tussen de acht en twaalf keer per 24 uur.

Houd je baby overdag en als je 's nachts wakker bent zo lang mogelijk vast tegen je borst met huid-op-huidcontact. Zo kan je baby de verleidelijke geur van je melk ruiken, heeft hij toegang tot je borsten en heb je meer kans om zijn vroege hongersignalen te zien, zodat je kunt waarborgen dat hij vaak aan de borst drinkt. Laat je baby uit de ene borst zoveel melk drinken als hij wil, voordat je de andere borst aanbiedt.

Het is ook de moeite waard om het aanleggen van je baby en de voedingshouding te laten controleren door een lactatiekundige of borstvoedingsspecialist om zeker te stellen dat je baby effectief aan de borst drinkt en je borsten goed leegmaakt. Onderstaande tips kunnen ook helpen om symptomen te verlichten.

Tips om stuwing te verlichten2

  • Zorg ervoor dat je minimaal acht keer per 24 uur borstvoeding geeft.
  • Controleer of je baby goed aangelegd is.
  • Probeer borstvoeding te geven in verschillende houdingen.
  • Masseer je borsten voorzichtig tijdens de borstvoeding om te helpen de melk doeltreffend te verwijderen.
  • Kolf voordat je borstvoeding geeft een beetje melk af, ofwel met de hand ofwel met een borstkolf om je tepel zachter te maken, zodat het aanleggen makkelijker gaat.
  • Als je borsten nog steeds erg stevig en vol zijn na een voeding, kolf dan opnieuw af tot je je prettig voelt.
  • Als je baby niet aan de borst kan drinken, vervang de voedingen dan door het afkolven van melk. Kolf je borsten af tot ze veel zachter aanvoelen – minimaal acht keer per 24 uur.
  • Probeer 'reverse pressure softening', een techniek waarmee overtollig vocht uit de borst wordt verwijderd. Een lactatiekundige of borstvoedingsspecialist kan je laten zien hoe je dat moet doen.
  • Als er melk uit je borsten lekt, probeer dan een warme douche of leg een warm, nat washandje op je borsten vlak voordat je borstvoeding geeft of kolft, om ze te verzachten en de melkstroom op gang te brengen. Doe dit niet langer dan een paar minuten, omdat te veel warmte zwelling kan verergeren.
  • Als er geen melk uit je borsten lekt, leg dan een koud kompres, gekoelde gelpad of zelfs in een doek gewikkelde bevroren erwten op je borsten gedurende tien minuten na een voeding om zwelling te verminderen en pijn te verlichten. 
  • Stop schone koolbladeren in je beha. Ja, echt! Volgens veel moeders helpen ze om zwelling en pijn te verminderen en daarvoor bestaat ook wetenschappelijk bewijs.4
  • Neem ontstekingsremmende pijnstillers. Paracetamol en ibuprofen kunnen worden gebruikt terwijl je borstvoeding geeft, hoewel ibuprofen contra-indicaties heeft voor moeders met astma. Raadpleeg altijd een professionele zorgverlener en volg de aanwijzingen van de fabrikant en apotheek op. In het algemeen kun je aspirine het beste vermijden. Lees Borstvoeding geven terwijl je ziek bent voor meer informatie over welke medicijnen je kunt nemen terwijl je borstvoeding geeft.
  • Draag een voedingsbeha in de juiste maat en vermijd beugels, of misschien draag je liever helemaal geen beha.
  • Het is niet raadzaam om voedingen over te slaan of abrupt met borstvoeding te stoppen, omdat je de stuwing daardoor erger maakt.

Raadpleeg een arts als je koorts5 krijgt van ongeveer 38 °C of meer, of als je baby niet aan de borst kan drinken vanwege de stuwing.

Probeer tot slot om geduldig te zijn. Je lichaam is zich nog aan het aanpassen aan het produceren van melk en voeden van je baby. De stuwing zou gauw moeten verdwijnen, naarmate jullie beiden aan borstvoeding gewend raken.

Literatuur

1 Pang WW, Hartmann PE. Initiation of human lactation: secretory differentiation and secretory activation. J Mammary Gland Biol Neoplasia. 2007;12(4):211-221.

2 Berens P, Brodribb W. ABM Clinical Protocol# 20: Engorgement, Revised 2016. Breastfeed Med. 2016;11(4):159-163.

3 Affronti M et al. Low-grade fever: how to distinguish organic from non-organic forms. Int J Clin Pract. 2010;64(3):316-321.

4 Boi B et al. The effectiveness of cabbage leaf application (treatment) on pain and hardness in breast engorgement and its effect on the duration of breastfeeding. JBI Libr Syst Rev. 2012;10(20):1185-1213.

5 NHS Choices. How do I take someone’s temperature? [Internet]. UK: NHS Choices; updated 2016 June 29. Available from: www.nhs.uk/chq/pages/1065.aspx?categoryid=72